Mollen
De mol leidt een solitair bestaan. Alleen in de paartijd vormen ze paartjes.
Omdat hun territoria kunnen overlappen, communiceren mollen met elkaar door middel van geuren en geluiden. Hoewel het dier lange periodes rust neemt kent het geen winterslaap. Hij is zowel overdag als ’s nachts actief. Mollen zijn goede zwemmers, ze gebruiken hun brede graafpoten als peddels. Waterwegen vormen voor mollen geen hindernis. In gebieden met een hoge grondwaterstand
Gangen en molshopen
Er worden zowel oppervlakkige gangen, de zogenoemde jaaggangen of mollenritten, als dieper gelegen gangen gegraven. Die laatste kunnen tot op een diepte van 120 cm liggen.
In het voorjaar graaft het wijfje diep in de grond een centrale ruimte met verschillende gangen. De gangen zijn ongeveer 5 cm breed en kunnen tot wel 200 meter lang zijn. De uitgegraven grond wordt gedeeltelijk gebruikt om de wanden van de gangen en ruimtes mee te verstevigen, het overtollige wordt door de achterpoten naar achteren en naar boven gewerkt, waardoor aan de oppervlakte de molshopen ontstaan. Meestal monden hier ook de gangen van het gangenstelsel in uit. Deze uitgangen worden onder andere gebruikt om op het aardoppervlak nestmateriaal te verzamelen om de centrale ruimte mee te bekleden: bladeren, gras, mos, papier en ander zacht materiaal. Hier maakt het dier een zachte bal van. Slapen gebeurt rechtop, met het hoofd tussen de voorpoten.
Kenmerken
Voortplanting
In de paartijd (februari-april) gaan mannetjes op zoek naar vrouwtjes. Ze verlaten hun territorium en graven lange mollenritten, totdat ze een vrouwtje hebben gevonden. In mei of juni worden de jongen geboren. Na een draagtijd van circa 28 dagen werpt het wijfje in het nest in de centrale ruimte 3 tot 6 (soms 2 tot 7) naakte en blinde jongen uit. De jongen zijn dan 3,5 gram zwaar. Alleen het vrouwtje zorgt voor de jongen. Na 14 dagen hebben de jongen een vacht ontwikkeld. De ogen gaan na circa 22 dagen open, en na 33 dagen verlaten de jongen voor het eerst het nest. Na 4 tot 5 weken worden de jongen gespeend.
Na twee maanden zijn de jongen zelfstandig en verlaten ze het nest om een eigen territorium te zoeken, waarbij mollen met elkaar in gevecht kunnen komen. Dit zoeken naar een nieuw territorium gebeurt meestal bovengronds. Mollen zijn geslachtsrijp na 11 maanden. De mol wordt normaliter ongeveer 3 jaar oud, maar kan de 7 jaar halen.
Zintuigen
Mollen zijn niet blind, maar zien zeer slecht. De ogen zijn zo klein als speldenknopjes en de vachtharen voor de ogen belemmeren bovendien een goed zicht. In dezelfde vacht zitten ook zijn oren, die uitstekend ontwikkeld zijn. De mol vindt zijn weg door zijn gangenstelsel vooral door zijn gevoelige snorharen en door zijn tastzenuwen op zijn neus en staart.
Voedsel
Regenwormen zijn het belangrijkste voedsel van de mol. Daarnaast eet hij bijna alle andere dieren die hij in zijn gangen aantreft. Engerlingen, maden en andere insectenlarven, duizend- en miljoenpoten, naaktslakken en andere weekdieren, enzovoort. Soms grijpt hij ook een gewerveld dier, zoals een kikker. De mol moet per dag 40 tot 50 gram aan voedsel binnenkrijgen. In de herfst en winter legt hij voedselvoorraden aan. Daarvoor bijt hij de kop van regenwormen af, zodat ze verlamd raken. De mol verlaat zelden zijn gangenstelsel. Alleen om een nieuw territorium te zoeken, en een enkele keer om bovengronds insecten te vangen.
Bedreigingen
Onder de grond heeft de mol geen natuurlijke vijanden, alleen zijn eigen soortgenoten. Boven de grond wordt de mol bejaagd door onder andere uil, buizerd, blauwe reiger, ooievaar, wezel, hermelijn en vos.
Andere bedreigingen zijn honger, droogte, en, hoewel het dier een goede zwemmer is, verdrinking bij overstroming van het gangenstelsel.
De mens
De mol wordt om twee redenen door de mens bejaagd. Ten eerste is hun vacht geliefd om in kleding te worden verwerkt. De vacht van de mol heeft als bijzondere eigenschap dat zij geen vleug kent. De haren staan dus niet in een bepaalde richting. Dit laat zich verklaren door de leefwijze van de mol. Het manoeuvreren in mollengangen is zonder vleug aanzienlijk eenvoudiger. Ten tweede zijn veehouders en gazoneigenaren niet gecharmeerd van de gaten, gangen en molshopen op hun grasvelden.
Volgens de nieuwe Flora- en faunawet is de mol vanaf maart 2005 in Nederland niet langer een beschermd dier.
Bestrijding
Doordat mollen schade kunnen toebrengen aan grasvelden en tuinen zoeken mensen naar manieren om mollen te verjagen of desnoods te doden. Een veel gebruikt middel is het plaatsen van mollenklemmen in de mollengang. Gebroken glas, pennen met een elektrische spanning, gifgas en andere middelen zijn bedacht, met wisselend succes.
Een diervriendelijker bestrijdingsmiddel is het ingraven van potten of flessen in molshopen. De wind blaast langs de opening van het glas, waardoor een laag fluitend geluid ontstaat. De mol heeft gevoelige oren, en vindt dit geluid buitengewoon vervelend. Er zal dan ook snel een andere woonplaats worden gezocht.
Bijgeloof
De mol speelt ook een rol in het vroegere bijgeloof. Mollenpoten werden meegedragen voor geluk, en zouden bij kinderen helpen bij het doorbreken van de tanden; dit vanwege het verband dat men zag tussen de nagels aan de voorpoten van de mol en het doorbreken van tanden.























